vorige
vorige

p.s. i’d fuck you #7

#metoo

Terwijl ik recht voor me uit naar de film voor me kijk, voel ik langzaam een hand op mijn bovenbeen glijden. Een prikkeling van spanning gaat door mijn onderbuik en ik merk dat ik niet meer naar rechts durf te kijken. Mijn lijf reageert van de spanning; kippenvel over mijn armen, tinteling in mijn nek en ik heb het warm en koud tegelijkertijd. Met z’n allen zitten we naar een film te kijken, als afsluiting van een kamp waar we staf zijn. Een groepje jongeren, bij elkaar gepropt op een terrein rondom wat boten. Allemaal op scouting omdat we te onhandig zijn voor voetbal of hockey. Niemand laat ons in de buurt van een bal. Niemand laat ons op een dansvloer. Maar allemaal hebben we een grote muil en drinken we een biertje. 
Ik ben zestien. 

Zestien en sociaal en mentaal onhandig, helemaal thuis binnen een groep met andere semi-buitenbeentjes. Er heerste een mentaliteit zoals ik die ook kende van school en de grotemensenwereld; reputaties zeggen alles. Alles. Er heerste een mentaliteit waarbij wat mannen riepen altijd luider, grover en nét iets meer waarde had dan wat een vrouw zei. 

De bijbehorende reputatie van de gemiddelde man was stoer, slimmer, sneller en vooral ook beter dan vrouwen. Het enige wat hij daarvoor hoefde te doen was de trotse eigenaar van een piemel zijn. Sommige dingen gaan heel makkelijk. 

Foto: Marylène Rutten

En sommige dingen worden misschien niet gezegd, maar wéét je als puber wel. Het wordt je tussen de regels door ingepeperd. Op de momenten dat je het lef hebt je uit te spreken, op te staan of te benoemen dat dit misschien niet klopt. Voordat je het weet word je publiekelijk aan de schandpaal genageld en krijg je een mentale klap. In je gezicht. Met een stoel. De gemiddelde puber riskeert het dan niet snel meer haar mond open te trekken. Dat overleeft je reputatie als vrouw niet. Want voor vrouwen waren er twee opties als het ging over je reputatie: óf je was een slet óf je was een manwijf. Ook die dingen gingen heel makkelijk. Je hoefde er alleen maar een vulva voor te hebben. 

Voor een zestienjarige puber met een slechte kledingsmaak, een gezicht vol Clearasil, een vocabulaire uitpuilend van de stopwoordjes (dûh) en net voldoende zakgeld waarmee je het één weekend flink op een zuipen kon zetten, was je reputatie alles wat je had. 

Letterlijk. 

Je reputatie is je alles en slet werd in een hoop situaties als de meer populaire status gezien dan manwijf, dus je was liever slet. Als slet werd je interessant gevonden door de sturende helft van de groep die de macht had je te maken of breken. De mannelijke helft, wel te verstaan. Was je leuk en spannend dan werd er misschien zelfs tot op een zekere hoogte naar je geluisterd en hadden de zaken die je zei waarde. In de rol van slet werd je begeerd, je was aantrekkelijk. Maar je was met name interessant omdat ándere piemeldragers interesse in je hadden getoond. Hét ultieme bewijs dat je daadwerkelijk interessant was, want anders hadden meerdere mannen toch geen interesse gehad? Kortom: als slet werd er naar je geluisterd. Of naar je tieten gekeken. Misschien allebei. Sowieso naar je tieten gekeken. 

Foto: Marylène Rutten

Ik was zestien en een manwijf.
Wilde ik ook weinig aan veranderen, want als zestienjarige had ik een diepe verachting richting sletten. Dat hoorde bij mijn rol als manwijf, want naast dat sletten veel aanzien kregen omdat verschillende mannen hen interessant hadden gevonden, paste het bij mijn rol als one of the boys om sletten te verachten. Dat deden piemeldragers namelijk ook. Sletten verachten. Zelfs als je manwijf bevriend was met een slet, je diende je wel uit te spreken op de juiste momenten en grappen te maken ten koste van haar. Part of the deal.

Hoe dan ook. Die Hand. Die lag nog steeds op mijn bovenbeen. Mijn ervaring op seksueel gebied was beperkter dan vandaag de dag (ba-dum-tss) en ik vroeg mij af wat die Hand daar deed. Was-ie uitgegleden? Wist de Hand-eigenaar wel dat die op mijn been lag en niet op zijn eigen bovenbeen? Was het een ongelukje en dúrfde de Hand-eigenaar nu de Hand niet meer weg te halen? Ondanks al deze vragen, de angst en onzekerheid, merkte ik dat ik me ook gevleid voelde. Over het algemeen ben je als manwijf namelijk geen lustobject, aantrekkelijk of krijg je het gevoel begeerd te worden. Opmerkingen die ik naar mijn hoofd kreeg waren met name dat ik een grote bek had, mijn shirt naar beneden moest doen omdat niemand mijn buik hoefde te zien en dat ik niet zo moest tetteren. Hoogtepunt was toch wel toen een (mannelijk) leeftijdsgenootje vroeg of ik de rest van de avond niets meer wilde zeggen, omdat mijn stem zo verschrikkelijk lelijk was en hij daar niet meer naar wilde luisteren. Jup. Mijn stem. 

En dat er nu iemand, die vele malen ouder was dan ik, een Hand op mijn bovenbeen had gelegd, streelde mijn ego. 

Ik dééd ertoe. 
Ik werd gezien. 
Ik was het aanraken waard. 

Tegelijkertijd was dit ook een man die ik niet aantrekkelijk vond. Of begeerde. Of heimelijk verliefd op was. Eerlijk gezegd wás deze man er gewoon. That’s it. Dat was ook alles wat hij voor mij betekende. Hij bestond. Hij was piemeldrager. En was daarmee in de hiërarchie meer van belang dan ik, want: piemeldrager. Maar vooral merkte ik: ik wílde deze man niet. Dus waarom zat deze man dan aan mijn been?! Het was mij een raadsel. En terwijl al deze vragen door mijn hoofd gingen, verschoof de Hand. Hij gleed onder de jas die over mijn benen lag en duwde richting mijn kruis. Ik had al wel een paar vriendjes gehad en genoeg met mezelf gespeeld om te weten waar deze Hand naar op zoek was. Maar door alle onrust in mijn hoofd, had ik nog altijd niet besloten of ik dit eigenlijk wel wilde. Het was ook nooit aan mij gevráágd. Sterker nog, in de tijd dat de Hand op mijn schoot kwam te liggen tot op het punt dat de Hand zich verder richting mijn kruis bewoog, was er niet eens oogcontact geweest met de Hand-eigenaar. En inmiddels voelde het te laat om “nee” te zeggen. Daarbij had ik me toch ook gevleid gevoeld? Was gevleid voelen niet hetzelfde als aangeraakt wíllen worden door iemand? Een Hand die erkende dat ik bestond en zijn lust waardig was? Had ik toch eerder mijn mond open moeten trekken en was ik nu simpelweg te laat? Hoe moest hij weten dat hij moest stoppen? Het was zíjn schuld tenslotte niet dat ik niets zei? Hoe kon hij dan weten dat ik niet wist of ik dit wel wilde?!

De vragen werden gedragen met een diep schuldgevoel en maakte dat ik nog verder verstijfde. Ook al wist ik allang niet meer waar de film over ging, ik bleef vooruit staren in de hoop dat de Hand vanzelf zou verdwijnen. Het kwam niet eens in me op om op te staan. Ik merkte dat ik dacht dat als ik gewoon zou blijven zitten, het vanzelf een keer voorbij zou zijn. Hij zou op moeten staan. Of iemand zou iets tegen hem zeggen. Of iemand zou zíén dat de Hand op een rare plek onder mijn jas doorschoof. 

Maar niemand zag het. 
Niemand riep hem. 
En niemand zei wat. 

Ik ook niet. 

De Hand was in zelfvertrouwen toegenomen en vanaf mijn kruis omhoog gegleden richting mijn navel naar de rand van mijn broek. Het leek me voor de Hand en de Pols zeer ongemakkelijk om óver die rand in het diepe van mijn onderbroek te duiken. Maar daar had ik de Hand en de Pols in onderschat. Ze hadden er geen enkele moeite mee en gleden zonder enige weerstand naar beneden mijn onderbroek in. Ik ging verzitten, in de hoop dat dat de Hand en de Pols dan wel in enthousiasme zou remmen. Dat was niet zo. Ik voelde hoe de Hand over de rand van mijn string, richting mijn vulva gleed. En tegelijkertijd voelde ik hoe mijn vagina nat werd. De verrader. Het maakte me nog meer aan het twijfelen. Want als ik nat was, dan móést ik geil zijn. Dat was wat ik had geleerd bij biologieles. Nat was geil. En geil betekende dat je seks wilde. Als ik dan nu nat was en daarmee ook geil, dan wílde ik dit blijkbaar. Diezelfde gedachte moet de Hand ook hebben gehad, want het enthousiasme nam toe en voordat ik het wist werd ik gevingerd. Ik kon alleen nog maar naar het scherm staren zonder te bewegen. Mensen liepen langs de bank waar ik, de Hand en aan mijn linker kant een vriendin zaten. Die vriendin had niets door, net zoals alle andere mensen in de ruimte die naar de film keken. Ik durfde haar of iemand anders ook niet aan te kijken, omdat ik me zo smerig voelde. Smerig omdat ik dit niet wilde, smerig omdat ik niets zei, smerig omdat ik me een slet voelde die zich liet vingeren in een volle kamer.

Telkens wanneer er iemand langsliep, trok de Hand zich snel terug om daarna met volle zelfverzekerdheid weer de kruistocht over mijn bovenbeen, de rand van mijn broek en de rand van mijn string te trotseren richting de verrader; mijn vagina. Die inmiddels goed nat was. Mijn gedachten rondom of ik dit wel wilde waren met stomheid geslagen en ik vroeg me af of ik niet iets terúg moest doen. Werd dat van mij verwacht? Was dat de bedoeling? Ik vond het toch leuk, ik was tenslotte nat. Het mínste wat ik kon doen was een reactie geven, als bevestiging dat je het leuk vond. Ik twijfelde zodanig lang dat de Hand zijn interesse begon te verliezen. Hij trok zich terug en stond op, om aan de bar een biertje te halen.

Ik heb nog een uur verstijfd en met een rode kop op de bank gezeten.

Ik wílde dit toch? Ik had tenslotte geen “nee” gezegd. 

Overduidelijk voor mij, nu, is dat er iets mist in bovenstaand verhaal. Consent. Wederzijds consent. Het is #metoo van de bovenste plank, zie ik nu, bijna 16 jaar later in. Dit was niet oké. Het feit dat je lijf een biologische reactie geeft, betekent niet dat jij dit wíl. Nat is niet per se geil en geil is niet per se wíllen. Omdat iemand je nooit iets gevraagd heeft en jij daarom nooit iets gezegd hebt, betekent niet dat jij dit wíl. En bovenal: je mag altijd, op elk moment, “nee” zeggen. Ook als het je partner is. Ook als het een seconde geleden nog wel lekker was. Ook als je partner bijna klaar is gekomen. Ook als je dit normaal wel altijd lekker vindt. Ook als je wél geil en nat bent. Ook als.
Al-tijd.
Altijd. 

Ik ben tweeëndertig. De #metoo-discussie is inmiddels in volle gang en ik sta aan de lunchtafel bij mijn werkgever. De discussie over #metoo en het element “aandachttrekkerij” staat aan de lunchtafel ter discussie. Ik werk in een bedrijf waarbij er met name witte, heteroseksuele cis-mannen werken en zij snappen de fijngevoeligheid binnen de discussie minder goed dan ik. Hoezo zijn er nu íneens zoveel vrouwen die ge#metoot zijn? Waar komen al die vrouwen vandaan? Dat kan toch niet allemaal waar zijn? Bevlogen ga ik de discussie aan, maar ik noem mijn ervaring niet. Want ik schaam me nog steeds. Ik was tenslotte nat, dus dan wílde ik het toch? Zestien jaar later voel ik me nog steeds smerig. 

Een collega zegt: “Pff, íédere vrouw roept nu #metoo. Zelfs mijn zusje laatst. Ik vind het wat overtrokken hoor, ze roept het gewoon om erbij te horen.”

Ik ben in shock. Niet eens omdat zijn zusje een #metoo-situatie meegemaakt heeft (op zichzelf al shockerend, dat we dáárvan niet meer in shock zijn). Maar omdat de eerste reactie van mijn collega is zijn zusje overdreven te noemen. In plaats van dat hij serieus neemt welke boodschap zijn zusje hem geeft. Namelijk: dat er iemand tegen haar wil aan haar heeft gezeten. Iemand zei ooit eens tegen mij dat onze eerste reactie en mening is wat onze omgeving ons heeft aangeleerd en de daaropvolgende reactie je echte eigen reactie en mening is. Is dit dan wat we elkaar aanleren? Wanneer vrouwen aangeven aangerand of verkracht te zijn, we die verklaring liever in twijfel nemen en als aandachtstrekkerij zie dan de boodschap hóren die gezonden wordt?! Heel eerlijk; te vaak denk ook ik “dat zal wel, zegt ze voor aandacht, had je maar niet…” Niet meer elke keer, maar elke keer dat ik het wel denk is een keer te veel. Elke keer dat ik een discussie heb met iemand over hoe wáár de boodschap is die door een vrouw gezonden wordt in plaats van dat we discussieren over dé daadwerkelijk gezonden boodschap, is een keer te veel. Elke keer dat ik over mijn eigen verhaal denk dat het mijn eigen schuld is, is een keer te veel. 
Verdomme. Op mijn tweeëndertigste nog. Nóg. 

Het is dus nodig en waar en niet overdreven dat er zoiets als #metoo is om aandacht te trekken voor deze verhalen. Niet omdat we aandacht willen, maar omdat we mínder aandacht willen. Omdat we klaar zijn met catcalling en gesprekken waarin we uit moeten leggen dat zusjes van broers zijn aangerand en daar nog nooit hun mond over open durfden te doen. Zodat Handen en Broers opletten. Zodat collega’s serieus zijn als vrouwen aangeven zonder wederzijds consent te zijn betast. 

Zodat zestienjarige meisjes hun eigen vagina’s nooit meer voor verraders hoeven uit te maken. Want het enige dat mijn vagina’s zijn, is badass.
#metoo

P.S. I’d fuck you. 
P.S.2. With consent. Of course.