vorige
vorige

unapologetic

Een tien minuten nagierende piep in mijn oor. Die hield ik ooit over aan een sekspartij met een partner van bijna vijfenzestig jaar oud. Niet omdat deze persoon nou per se de meest vaardige minnaar was die ik ooit had gehad, maar omdat hij met een blijmoedige overgave de wedstrijd was ingegaan (no erection? No problem) – en omdat die onverschrokkenheid buitengewoon besmettelijk had gewerkt. 

Goede seks, zegt relatietherapeut Esther Perel, is seks die unapologetic is. 

Het woordenboek vertaalt unapologetic primair als ‘onbeschaamd’, maar dat dekt de lading niet: niet langer bereid zijn om je ergens voor te verontschuldigen – niet voor je voorkeuren, je grenzen, je diepste geluiden, en je ongeregisseerde lichaam: dát is unapologetic zijn, en hoewel er natuurlijk een paar gelukkige uitzonderingen zijn, komen de meeste mensen pas op dit punt wanneer ze de veertig ruim gepasseerd zijn.

als het over seks gaat, kunnen we dus stellen dat het beter wordt als je ouder wordt.

In mijn omgeving zie ik dit vooronderstelde verband tussen leeftijd en seksuele bevrediging bevestigd: vrienden die net als ik tegen of net voorbij de veertig zijn, vertellen dat ze in bed de vruchten beginnen te plukken van alle zelfacceptatie, zelfkennis en emotionele volwassenheid die ze de afgelopen twee decennia, soms via weerbarstige routes, verzameld hebben. Ze maken zich minder druk om hun prestaties (Beweeg ik vreemd? Ruik ik raar? Is het gek dat ik dit lekker vind?) en kunnen zich meer overgeven aan de ervaring zelf. Het maakt de seks – zeker voor vrouwen, die het zich in hun jongere jaren vaak gewoon hebben gemaakt om zich te voegen naar de ander– avontuurlijker, vrijer en heel veel bevredigender.

Als het over seks gaat, kunnen we dus stellen dat het beter wordt als je ouder wordt. En dat is een feestelijk vooruitzicht, dat helaas bedroevend weinig besproken en verbeeld wordt. De stad puilt niet uit van suggestieve posters waarop zelfverzekerde zestigers knap ondergoed aanprijzen. Er wordt journalistiek weinig aandacht besteed aan de seksuele beleving van mensen ouder dan veertig. En er zijn nauwelijks series en films waarin middelbare seks (en dan vooral de vrouwelijke deelnemers eraan) simpelweg getoond wordt als gangbaar, wezenlijk en onproblematisch. Ouder worden is sowieso geen grote maatschappelijke hobby, maar ouder worden en seksualiteit is iets waar we blijkbaar niets van willen weten, zien en horen.

Vreselijk zonde is dat, als je het Perel vraagt – en als je het mij vraagt ook. Niet alleen omdat het uitdragen van seksualiteit van ‘oudere’ mensen een belangrijke emanciperende invloed kan hebben op de toch al beknellende maatschappelijke perceptie van seks. Maar vooral ook omdat internalisatie van deze maatschappelijke perceptie maakt dat we onszelf vanaf een bepaalde leeftijd afschrijven als seksueel, opwindend en lichamelijk. Zonder een brede en diverse verbeelding van seksualiteit op oudere leeftijd, lijkt het alsof het er niet is, of er in ieder geval niet mag zijn, en dat is een impliciete boodschap die zonder tegenoffensief beklijft en onderdeel wordt van de manier waarop we ons eigen ouderdom en seksualiteit percipiëren.

Ook dát hoor ik mijn vrienden van krap veertig plus zeggen: het was nog nooit zo fijn als nu, laat ik er nog maar even flink van genieten voordat ik definitief de dug-out in moet. 

Onzin, zeg ik dan tegen ze, en ik zeg het eigenlijk nog harder tegen mezelf. Natuurlijk komen er met ouderdom soms kwalen (no erection? No problem) om de hoek kijken. Maar ouder worden is vooral een kans om jouw persoonlijke definitie van seksualiteit tot in alle uithoeken te onderzoeken, uit te proberen en te vieren –  en je daar vooral heel unapologetic en dus comfortabel bij te voelen. 

Foto: Willemieke Kars