vorige
vorige

vuurspuwer

door Nova Sky

Ik volg je, de wildernis in. Weg van het feest, de bas nog voelbaar in mijn borstkast. Je lichaam is besmeurd met zwarte kool. Uitgedoofde vuurballen bungelen aan je riem. Je bent een wild dier in de gedaante van oneindigheid. En ik jouw gewillige prooi. 

In de omhelzing van de bergen draai je resoluut je om. Je ogen spuwen vuur. “Blijf staan”, beveel je me. Je pakt mijn gezicht beet en draait mijn hoofd van je af. Met je andere hand knijp je liefdevol mijn keel dicht. Een warme gloed stroomt door mijn onderlijf. Ik snak naar adem. Naar meer. 

“Kleed je uit.” Het is geen vraag. Heel langzaam, kledingstuk voor kledingstuk, geef ik mezelf bloot. Je kijkt niet weg. Geen seconde. Contouren vervagen. Het denken stopt. Ik ben al nat. 


Dan grijp je mijn dijen beet, dwingt me op mijn knieën en drukt mijn hoofd tegen de grond. Ruw, maar beheerst. Dierlijkheid ontwikkeld tot intelligente aanwezigheid. “I’m going to fuck you and fuck you and fuck you. For hours and hours and hours”, fluister je in mijn oor. 

Ik kreun en trek mijn rug gewillig hol. Zand plakt aan mijn bezwete gezicht. Je speelt niet met vuur, je bent vuur. Ik vergeet de zinderende hitte, de zon die op mijn huid brandt en moon de hemel. “Kijk me aan”, beveel je. Je heft een hand de lucht in. Muggen zoomen venijnig om ons heen, alsof ze mee willen doen met dit rauwe liefdesspel. 


Een klap. Twee. Drie. Telkens iets harder. En dan… niets. Verlangend kijk ik je aan. Je heft je hand weer de lucht in. Ik sluit mijn ogen. Je wacht. En laat je hand weer zakken. Ik kronkel en zucht. Je ziet mij. Leest mij. Dwingt me tot overgave. Ik steek mijn tong naar je uit en vergiftig je met eeuwigdurende liefde. 

Als antwoordt grijp je mijn haar beet. Je trekt mijn hoofd naar achteren en knijpt in mijn borsten. “Onweerstaanbaar ben je”, zeg je tegen me. Dan neuk je me. Hard en diep, balancerend op het randje van pleasure and pain. Een liefdevolle verkrachting. 

Onder ons knarst en barst de droge woestijngrond open. Ik hijg. Ik gil. Hoger en hoger. ‘Ja! Neem mij, overmeester mij’, denk ik. Mijn ogen draaien weg, kijkend naar een andere dimensie. Mijn huid glanst. Ik word vloeibaar, versmelt, los op. Niets bestaat meer dan dit moment met jou. Hier, nu. In het zand. Naakt, nat, hard. 

Rode handafdrukken op mijn huid. Muggen die mijn bloed drinken. Prikkelbosjes die mijn knieën openhalen. Zand tussen mijn tanden. De zon die mijn huid verbrandt. Alles wordt orgastisch, erotisch.

“Ga op je rug liggen”, beveel je me. Je drukt me nog dieper de prikkelbosjes in. Zand schuurt onder mij, plakt aan mijn bezwete huid. Ik spreid mij open, net als de hemel boven mij. Naakt, nat, zacht. Je gromt. En kijkt naar me. De lucht trilt van genot, van bevestiging. Dit is onze oerkracht, we vervullen onze natuur.

Dan heel zacht en teder, leg je je lippen op de mijne. Teder was nog nooit zo teder. Zacht was nog nooit zo zacht. Maar als ik je kus wil beantwoorden trek je je mond weg. Verlangend hap ik in de lucht. Ik proef spiritus op mijn tong. Je steekt je tong woest in mijn mond en zuigt aan mijn lippen. 

Ik wil niet dat het ophoudt en smeek de tijd om deze bubbel niet door te prikken. Maar ik weet: zodra ik me eraan vastklamp, verliest het zijn glans en schoonheid. Dit moment is zo mooi, omdat het nooit meer zal plaatsvinden. Ik kan de ervaring slechts koesteren, vastleggen in geschift en in weemoed aan terugdenken. Toen, daar, jij en ik. In het stof, naakt, als dieren in de nacht. Drijvend op de ziel der dingen.

De zon gaat onder, schaduwen kruipen over onze verbrande, beminde lichamen. Ik volg je terug naar Nowhere. Je draait je om. “Steek je armen in de lucht”, commandeer je me. “Draai een rondje. Je bent prachtig.”